In eerdere bijdragen is regelmatig aandacht besteed aan welke kosten voor schadevergoeding in aanmerking komen als het UWV ten onrechte een loonsanctie heeft opgelegd. Bekend is bijvoorbeeld dat de daadwerkelijke juridische kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat daarin al is voorzien in het besluit proceskosten bestuursrecht. Vervelend genoeg natuurlijk, want de forfaitaire proceskostenvergoeding dekt de werkelijk gemaakte juridische kosten in de regel niet.
Ook interne werkzaamheden van een directeur tijdens een (achteraf gebleken) ten onrechte opgelegde loonactie komen volgens de Centrale Raad van Beroep niet in aanmerking voor vergoeding, omdat die werkzaamheden tot de normale bedrijfsvoering. Zo oordeelde de Centrale Raad in de uitspraak van 22 januari 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:130).
Is dat zo?
In het kader van een schadeverzoek, bijvoorbeeld in verband met een onterecht opgelegde loonsanctie aan een werkgever, moet de bestuursrechter op grond van artikel 8:88 Awb zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij het civiele schadevergoedingsrecht (Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek). De Raad oordeelt in deze kwestie dat de interne kosten van de directeur voor het indienen van o.a. een bekortingsverzoek niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat dit tot de reguliere interne kosten zou behoren aldus de Raad.
Dat standpunt lijkt niet in lijn met wat de Hoge Raad in 2022 (ECLI:NL:2022:874) heeft geoordeeld over vergoeding van interne kosten. In die zaak heeft de Hoge Raad namelijk beslist dat op grond van artikel 6:96 lid 2 BW, ook redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor vergoeding in aanmerking komen. Als de kosten redelijk zijn, dan maakt het feit dat de kosten zien op reguliere werktijd van medewerkers van een benadeelde, dat niet anders aldus de Hoge Raad.
Kortom: dat de directeur als interne medewerker werkzaamheden heeft verricht ter beperking van de schade (bekortingsverzoek, bezwaarprocedure e.d.), maakt dus niet per definitie dat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het gaat erom dat de kosten redelijk zijn en natuurlijk goed onderbouwd zijn. Daar ontbrak het hier besproken zaak van de Centrale Raad van Beroep overigens aan.
Tip: zorg voor een goede administratie van de intern bestede uren als er een loonsanctie wordt opgelegd. Als de loonsanctie later wordt teruggedraaid, dan zouden deze kosten – mits redelijk – op grond van de uitspraak van de Hoge Raad voor vergoeding in aanmerking moeten komen.
